Opening kantoor

Gelet op de richtlijnen van het RIVM werken veel van onze medewerkers thuis.

Op werkdagen is er altijd iemand op ons kantoor aanwezig van 08.30 tot 15.30.
Indien u uw boekhouding of andere bescheiden wilt komen brengen dan kan dat binnen deze tijden.

Telefonisch en per mail zijn we ook gewoon bereikbaar.

Erven van opa of oma: een leuke auto of toch de studieschuld aflossen?

In 2010 zijn de tarieven en de vrijstellingen voor de erfbelasting op de schop gegaan. Daardoor is onder meer de vrijstelling die kleinkinderen hebben als ze erven van grootouders fors verhoogd. Dit jaar bedraagt de vrijstelling voor een kleinkind € 20.946. Voor veel vermogende grootouders is die verhoogde vrijstelling een reden om een geldbedrag te legateren aan hun kleinkinderen.

Het kleinkind kan dat bedrag zowel na overlijden van opa als na overlijden van oma onbelast erven! Zodra het kleinkind 18 jaar is, kan het over dit vermogen beschikken. Maar grootouders vinden hun kleinkinderen daarvoor vaak nog veel te jong. Hoe lossen zij dit op?

Zolang het kleinkind minderjarig is, heeft het geen zeggenschap over het geërfde vermogen. Die zeggenschap komt toe aan de ouders en gaat over op het kleinkind, zodra het kleinkind meerderjarig is. Om te voorkomen dat het kleinkind dan over een geërfd geldbedrag kan beschikken, zie je vaak dat grootouders in hun testament hebben bepaald dat het vermogen tot een bepaalde leeftijd onder bewind wordt gesteld. Dit is het zogenaamde testamentaire bewind. Een bewindvoerder moet je benoemen in je testament. Dat kan een familielid of een goede bekende zijn, maar dit kan ook een professional zijn. Het is ook mogelijk om een opvolgend bewindvoerder te benoemen als de eerste bewindvoerder niet in staat is om de taak uit te oefenen. In de meeste gevallen wordt het bewind ingesteld tot de leeftijd van 23 jaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat een onder bewind gestelde op grond van de wet na 5 jaar zelf aan de rechter kan vragen het bewind op te heffen.

Tip
Leg in het testament goed vast wat de bevoegdheden van de bewindvoerder zijn en voor welk doel het geld eventueel kan worden aangewend. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van een studie of opleiding. Opa en oma zien waarschijnlijk liever dat de studieschuld wordt afgelost, dan dat er een auto wordt gekocht.