Opening kantoor

Gelet op de richtlijnen van het RIVM werken veel van onze medewerkers thuis.

Op werkdagen is er altijd iemand op ons kantoor aanwezig van 08.30 tot 15.30.
Indien u uw boekhouding of andere bescheiden wilt komen brengen dan kan dat binnen deze tijden.

Telefonisch en per mail zijn we ook gewoon bereikbaar.

Gevolgen pensioenakkoord voor de jongere garde

Het kan je niet zijn ontgaan; de tijd van goudgerande en gegarandeerde pensioenrechten is geweest. Of dat zal leiden tot lagere uitkeringen, zal nog moeten blijken. Het nieuwe systeem wordt uiterlijk in 2026 van kracht. Tot die tijd houden we het oude, op rekenrente gebaseerde systeem, wat kortingen mogelijk maakt. Afhankelijk van de leeftijd van je cliënt zal hij/zij daar in meerdere of mindere mate de gevolgen van kunnen ondervinden.

Dat dit vervelend is voor de oudere garde, is helder. Deze bevolkingsgroep weet daar doorgaans goed haar ongenoegen over te uiten, is georganiseerd en wendt haar invloed wel aan. Maar wat kunnen we de jongere garde op dit punt adviseren?

Bekend is dat jongeren vaak weinig belangstelling hebben voor hun oudedagsvoorzieningen. Tegelijkertijd is het op jongere leeftijd nog relatief eenvoudig om een mogelijk tekort daarin te repareren. Of dat tekort zich gaat voordoen, weet je helemaal nog niet. Op basis van aannames is wel in te schatten hoe groot het verschil kan worden tussen het ambitieniveau en de in redelijkheid te bereiken pensioen- en/of lijfrenterechten. Dat verschil kun je vervolgen verlagen met de te verwachten belasting- en premiedruk en vervolgens uitdrukken in een aanvullend op te bouwen netto doelvermogen. Als je nog 30 jaar voor de boeg hebt, kun je de tijd zijn werk laten doen.

Voorbeeld
Jan is 38 jaar en bouwt pensioen op over een jaarsalaris van € 50.000. Hij schat zijn pensioeninkomen (inclusief ongehuwden-AOW) in op ca € 28.000 per jaar. Zijn ambitieniveau bedraagt € 40.000. Het verschil is dus bruto € 12.000 en netto naar schatting ca € 7.200. Daarvoor is op pensioendatum (stel 68 jaar) een netto aanvullend doelvermogen nodig van circa € 118.000 (20 jaar, 2%). Jan kan daarvoor een bedrag ineens vastzetten, gespreid belegd in bijvoorbeeld een aantal beleggingsproducten. Als hij daarbij uitgaat van een gemiddeld rendement (na aftrek van box-3-belasting) van 4%, is een inleg van ca € 35.000 voldoende.

Zou hij uitgaan van een gemiddeld resultaat van 6%, dan volstaat een inleg van circa € 20.000. Uiteraard kan Jan er ook voor kiezen om periodiek in te leggen. Uitgaande van 4% zou hij dan maandelijks ongeveer € 170 moeten inleggen; bij een rendement van 6% is dat circa € 120 per maand. Die inleg is niet aftrekbaar. Jan kan ook kiezen voor een combinatie van inleg ineens en een periodieke inleg.

Kanttekening
Uiteraard kan hier het nodige tegenin worden gebracht. Zo is in dit voorbeeld geen rekening gehouden met geldontwaarding. Doet deze zich voor, dan zal Jan uiteraard moeten bijstorten. Verder is de uitkomst niet zeker en vergt het absoluut discipline om dit vermogen een werkzaam leven lang afgezonderd te houden en/of periodiek te blijven inleggen. Het voordeel hiervan is dat het weinig kost, makkelijk uitvoerbaar is en uiterst flexibel. Afgezien van box- 3-heffing speelt fiscaliteit geen enkele rol.

Tip
Maakt je cliënt zich zorgen over zijn/haar oudedagsvoorziening? Bespreek dan dat dit – zonder ingewikkelde constructies – tegen relatief beperkte kosten en eenvoudig kan worden opgelost, afhankelijk van de nog resterende tijd.