Opening kantoor

Gelet op de richtlijnen van het RIVM werken veel van onze medewerkers in ieder geval t/m 28 april 2020 thuis.

Op werkdagen is er altijd iemand op ons kantoor aanwezig van 08.30 tot 15.30.
Indien u uw boekhouding of andere bescheiden wilt komen brengen dan kan dat binnen deze tijden.

Telefonisch en per mail zijn we ook gewoon bereikbaar.

Stand van zaken opvolger Wet DBA

Tijdens de behandeling van de Wet Arbeidsmarkt in Balans is erop aangedrongen om snel adequate maatregelen te nemen voor de bescherming van zzp’ers, vooral aan de onderkant van de markt. Tegelijkertijd moeten echte zelfstandigen de ruimte krijgen om te ondernemen. In dit kader spraken de Kamerleden over een zogeheten ‘waterbed-effect’, doordat bedrijven ervoor zouden kiezen om met zzp’ers in dienst te gaan in plaats van een werknemer in vaste dienst te nemen. Inmiddels heeft het kabinet de uitwerking van de maatregelen bekendgemaakt. Wat zijn de meest relevante punten?

Minimumtarief
Het kabinet kiest voor een minimumtarief van € 16 per uur. De opdrachtgevers – ook particulieren – worden verantwoordelijk voor het controleren en betalen van dat tarief. De opdrachtnemer moet een uren- en kostenoverzicht overleggen, zodat de opdrachtgever het uurtarief kan berekenen. Blijkt dat er meer directe kosten en/of uren zijn gemaakt waardoor het tarief onder het minimumtarief uitkomt? In dat geval is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen. Dat is opmerkelijk, omdat het ondernemersrisico daarmee gedeeltelijk van de opdrachtnemer verschuift naar de opdrachtgever. Particuliere opdrachtgevers hoeven in dergelijke situaties niet bij te betalen.

Webmodule
Het kabinet wil naast het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring voor het hoge tarief (zie hierna) als extra instrument een webmodule inzetten om te bepalen of de arbeidsrelatie een dienstbetrekking is of niet. Als uit de antwoorden op vragen in de webmodule blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, dan krijgt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. De opdrachtgever heeft dan vooraf zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen.

Blijkt uit de antwoorden dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kunnen de opdrachtgever en opdrachtnemer de afspraken zo wijzigen dat er alsnog geen sprake is van een dienstbetrekking. Ook kunnen zij gebruikmaken van de zelfstandigenverklaring als zij voldoen aan de voorwaarden.

Opt-out en zelfstandigenverklaring
Ook opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt zullen moeten bijhouden wat hun uurtarief is, zodat controleerbaar wordt dat er sprake is van een hoog uurtarief. Als dat tarief hoger is dan € 75 per uur, kunnen opdrachtgever en -nemer ervoor kiezen om de loonheffingen en de werknemersverzekeringen niet van toepassing te laten zijn (opt-out). De opdrachtgever is dan gevrijwaard voor de loonheffingen en de opdrachtnemer is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook niet als (achteraf) blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

De reikwijdte van de opt-out wordt uitgebreid naar het arbeidsrecht en (onder voorwaarden) naar de toepasselijkheid van pensioenen en cao’s. De opt-out werkt daardoor als een zelfstandigenverklaring. Een opdrachtnemer kan bijvoorbeeld achteraf geen aanspraak meer maken op loondoorbetaling bij ziekte. Evenmin kan een pensioenfonds met terugwerkende kracht pensioenpremies innen bij de opdrachtgever. De overeenkomst die in geval van opt-out moet worden gesloten, kan maar worden aangegaan voor een jaar. Er komt ook een samentelregeling; pas als er minimaal 6 maanden geen werkzaamheden zijn verricht voor een opdrachtgever, start bij aanvang van de werkzaamheden een nieuwe termijn van een jaar. Wisselen binnen een concern biedt geen soelaas.

Planning en handhaving
Er is de afgelopen maanden al veel kritiek geweest op deze plannen van het kabinet. De kritiek richt zich vooral op de enorme toename van de administratieve verplichtingen. Het is dus nog niet zeker dat de plannen doorgaan. De wetgeving moet in 2021 in werking treden.

Het huidige handhavingsbeleid wordt verlengd tot 1 januari 2021 en daarna gefaseerd afgebouwd. De Belastingdienst kan in deze periode slechts naheffen door aan te tonen dat er sprake is van:

  • een (fictieve) dienstbetrekking; en
  • opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid.

De handhaving is sinds 1 januari 2020 aangescherpt: de Belastingdienst kan ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.