Opening kantoor

Gelet op de richtlijnen van het RIVM werken veel van onze medewerkers in ieder geval t/m 28 april 2020 thuis.

Op werkdagen is er altijd iemand op ons kantoor aanwezig van 08.30 tot 15.30.
Indien u uw boekhouding of andere bescheiden wilt komen brengen dan kan dat binnen deze tijden.

Telefonisch en per mail zijn we ook gewoon bereikbaar.

Strikte voorwaarden bij omzetting ODV in lijfrente

Tot en met 31 december 2019 kun je het volledige in eigen beheer verzekerde deel van een opgebouwde pensioenaanspraak nog omzetten in een aanspraak vanuit een oudedagsverplichting (ODV). Wanneer een dga zijn pensioen in eigen beheer heeft omgezet in een ODV, gelden er strikte voorwaarden voor de uitkeringsduur. Een ODV wordt uitgekeerd in een periode van 20 jaar, vanaf de bereikte AOW-leeftijd. Daarin zit weinig flexibiliteit. Een ODV mag tot maximaal vijf jaar voor de AOW-leeftijd beginnen met uitkeren. Het aantal jaren voor de AOW-leeftijd wordt dan opgeteld bij de minimale uitkeringsduur van 20 jaar.

Slechts in uitzonderingsgevallen is uitstel van uitkering tot na de AOW-leeftijd mogelijk. De dga heeft dus weinig opties met betrekking tot de uitkeringsduur. Is de omzetting naar een ODV eenmaal gedaan, dan kan de dga opteren voor omzetting in een lijfrenteproduct. Een lijfrente sluit, gezien de mogelijkheden, beter aan bij de inkomensbehoefte van de dga. De omzetting van een ODV naar een lijfrente kan plaatsvinden voor of tijdens de uitkeringsfase.

Gehele of gedeeltelijke omzetting ODV in lijfrente vóór uitkeringsfase
Het moet een gefacilieerde lijfrente zijn, zoals een levenslange of een tijdelijke oudedagslijfrente. Die uitkeringen hoeven niet direct in te gaan. Bij een gedeeltelijke omzetting moet het restant van de waarde van de ODV blijven voldoen aan de minimale uitkeringsduur van 20 jaar – die wordt dus niet korter.

Gehele omzetting ODV in lijfrente tijdens uitkeringsfase
Een ODV kan in de uitkeringsfase niet meer worden omgezet in een lijfrente, zo luidt de hoofdregel. Hier heeft de staatssecretaris van Financiën in december 2018 een uitzondering op gemaakt in een goedkeurend besluit. Deze uitzondering geldt alleen als de volledige (resterende) waarde van de ODV wordt aangewend om een lijfrenteproduct te verkrijgen. Wel moet de dga de belastinginspecteur van tevoren om toestemming vragen hiervoor. Op het omzettingsmoment moet worden voldaan aan de voorwaarden van een gefacilieerde lijfrente. De leeftijd van de dga mag bijvoorbeeld niet meer dan 5 jaar boven de AOW-leeftijd liggen, omdat een lijfrente na die leeftijd ook niet meer mag beginnen met uitkeren. Gedeeltelijke omzetting van een ODV in een lijfrente tijdens de uitkeringsfase is niet toegestaan.

Aanvullende voorwaarden
Heeft het eigenbeheerlichaam te weinig geld in kas om de ODV-aanspraak helemaal te kunnen afstorten in een lijfrente (onderdekking)? In dat geval gelden drie aanvullende voorwaarden:

  • de onderdekking is veroorzaakt door (reële) ondernemings- of beleggingsverliezen en niet het gevolg van andere factoren (bijvoorbeeld door gedane winstuitdelingen in de afgelopen jaren);
  • alle aanwezige bezittingen van het eigenbeheerlichaam worden aangewend om een lijfrenteproduct te verkrijgen;
  • het eigenbeheerlichaam wordt geliquideerd direct nadat een lijfrenteproduct verkregen is.

Tip
Bij overlijden van de dga biedt een lijfrente meer mogelijkheden met betrekking tot de begunstiging en de duur van de uitkeringen dan een ODV. Neem dit mee in het advies aan je cliënt.