Btw-correctie privégebruik auto van de zaak

U moet als ondernemer of werkgever jaarlijks btw afdragen over de waarde van het privégebruik van de auto van de zaak. Het woon-werkverkeer wordt overigens voor de btw tot het privégebruik gerekend. Betaalt uw werknemer een vergoeding voor het privégebruik, dan is deze vergoeding in beginsel tegen 21% btw belast.
Als u of uw werknemer geen vergoeding betaalt voor het privégebruik maar er is wel een sluitende rittenadministratie bijgehouden, dan bedraagt de btw 21% over de uitgaven voor de werkelijk gereden privékilometers.

Betaalt u of uw werknemer geen vergoeding voor privégebruik en een sluitende rittenadministratie ontbreekt, dan wordt de btw forfaitair gesteld op 2,7% (in enkele gevallen 1,5%) van de catalogusprijs (incl. bpm en btw) van de auto. De btw berekent u naar rato van het aantal dagen dat de auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking heeft gestaan. U geeft deze btw aan in het laatste tijdvak van het kalenderjaar.

Ook btw-correctie bij eigen bijdrage
De btw-correctie vindt in beginsel ook plaats wanneer u als dga of uw werknemer een vergoeding voor het privégebruik betaalt die lager is dan de zogenoemde ‘normale waarde’. Betaalt u of uw werknemer een onzakelijk lage vergoeding, dan moet die vergoeding ten minste op de normale zakelijke waarde worden gesteld. De normale waarde is het bedrag dat ‘in de markt’ moet worden betaald voor het gebruik van de betreffende auto. Die waarde is niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Daarom mag u ook een evenredig deel van de aan het privégebruik toerekenbare totale kosten (waaronder de afschrijving) van de auto als grondslag voor de btw-correctie hanteren. Kunt u deze berekening niet maken, omdat bijvoorbeeld het aantal privékilometers niet bekend is, dan mag u toch de forfaitaire btw-correctie van 2,7% of 1,5% over de catalogusprijs toepassen. De eigen bijdrage voor het privégebruik moet dan wel lager zijn dan de normale waarde.