Plannen opvolger Wet DBA aangepast en verduidelijkt

Tijdens de behandeling van de Wet Arbeidsmarkt in Balans is erop aangedrongen om snel adequate maatregelen te nemen voor de bescherming van zzp’ers, vooral aan de onderkant van de markt. Tegelijkertijd moeten echte zelfstandigen de ruimte krijgen om te ondernemen. In dit kader spraken de Kamerleden over een zogeheten ‘waterbed-effect’, doordat bedrijven ervoor zouden kiezen om met zzp’ers in dienst te gaan in plaats van een werknemer in vaste dienst te nemen. Het kabinet heeft de Tweede Kamer per brief nader geïnformeerd over de uitwerking van de maatregelen. Wat zijn de meest relevante punten?

Minimumtarief
Het kabinet kiest voor een minimumtarief van € 16 per uur. De opdrachtgevers – ook particulieren – worden verantwoordelijk voor het controleren en betalen van dat tarief. De opdrachtnemer moet een uren- en kostenoverzicht overleggen, zodat de opdrachtgever het uurtarief kan berekenen. Blijkt dat er meer directe kosten en/of uren zijn gemaakt waardoor het tarief onder het minimumtarief uitkomt? In dat geval is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen. Dat is opmerkelijk, omdat het ondernemersrisico daarmee gedeeltelijk van de opdrachtnemer verschuift naar de opdrachtgever. Particuliere opdrachtgevers hoeven in dergelijke situaties niet bij te betalen.

Opt-out en zelfstandigenverklaring
Ook opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt zullen moeten bijhouden wat hun uurtarief is, zodat controleerbaar wordt dat er sprake is van een hoog uurtarief. Als dat tarief hoger is dan € 75 per uur, kunnen opdrachtgever en -nemer ervoor kiezen om de loonheffingen en de werknemersverzekeringen niet van toepassing te laten zijn (opt-out). De opdrachtgever is dan gevrijwaard voor de loonheffingen en de opdrachtnemer is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook niet als (achteraf) blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

De reikwijdte van de opt-out wordt uitgebreid naar het arbeidsrecht en (onder voorwaarden) naar de toepasselijkheid van pensioenen en cao’s. De opt-out werkt daardoor als een zelfstandigenverklaring. Een opdrachtnemer kan bijvoorbeeld achteraf geen aanspraak meer maken op loondoorbetaling bij ziekte. Evenmin kan een pensioenfonds met terugwerkende kracht pensioenpremies innen bij de opdrachtgever. De overeenkomst die in geval van opt-out moet worden gesloten, kan maar worden aangegaan voor een jaar. Er komt ook een samentelregeling; pas als er minimaal 6 maanden geen werkzaamheden zijn verricht voor een opdrachtgever, start bij aanvang van de werkzaamheden een nieuwe termijn van een jaar. Wisselen binnen een concern biedt geen soelaas.

Planning en handhaving
Er wordt voorzien dat de wetgeving in 2021 in werking treedt. Het huidige handhavingsbeleid wordt verlengd tot 1 januari 2021 en daarna gefaseerd afgebouwd. De Belastingdienst kan in deze periode slechts naheffen door aan te tonen dat er sprake is van:

  • een (fictieve) dienstbetrekking;
  • én opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid.

De handhaving wordt vanaf 1 januari 2020 aangescherpt: de Belastingdienst kan ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.