Onderhands schuldig erkennen, gaat dat goed?

Schuldig erkennen doen ouders en grootouders doorgaans om fiscale redenen. Dit zijn echter schenkingen ‘terzake des doods’, immers: deze schulden worden doorgaans pas na het overlijden voldaan. Dat houdt in dat als deze schenkingen niet notarieel bevestigd zijn en bij overlijden nog niet voldaan, zij op dat moment vervallen. Veel cliënten laten zich weerhouden van het notarieel schuldig erkennen vanwege de kosten die bij elke notariële akte weer in rekening worden gebracht. Toch zijn er twee situaties denkbaar waarbij het schuldig erkennen bij onderhandse akte geen slecht idee hoeft te zijn. Wanneer is dat het geval?

Op de eerste plaats is het denkbaar dat de schenker ernaar streeft om de schuldig erkende bedragen daadwerkelijk bij leven te voldoen. In de rechtspraak is dat een keer aan de orde geweest. Een moeder had in een reeks van jaren aan haar kinderen bedragen onderhands schuldig erkend. Ook had zij met een zekere regelmaat een deel van deze schulden bij leven voldaan. De rechter oordeelde dat geen van deze schenkingen konden worden aangemerkt als ‘terzake des doods’, omdat ernaar gestreefd werd de schulden bij leven te voldoen.

Op de tweede plaats is de situatie voorstelbaar waarin een grootouderpaar een aantal kinderen en kleinkinderen heeft, aan wie zij jaarlijks het vrijgestelde bedrag schuldig willen erkennen. Uiteraard moeten zij de oplopende rente dan wel jaarlijks voldoen. In de loop der jaren kan dit om aanzienlijke bedragen gaan. Als de grootouders ten minste eenmaal bij leven deze schuldigerkenningen notarieel laten bevestigen, is de nietigheid bij overlijden afgewend. Zijn de grootouders hiermee te laat, dan komt het voordeel niet tot zijn recht. Er zijn dan echter ook geen kosten en er is ook geen schenkbelasting betaald.