Aflossingen en (nieuwe) rente

Op de beurs in Gorkum hebben we als binnenvaart-boekhoudkantoren in een seminar-achtige-setting gesproken over diverse actuele onderwerpen.

Hieronder een verdiepingsslag over (inhaal)aflossingen en (nieuwe) renteverplichtingen aan de bank. Vanaf 2014 zijn de gemiddelde resultaten relatief (t.o.v. de periode 2013 en daarvoor) fors toegenomen met de bekende uitschieter het laag-water-jaar 2015. In de uitstel-van-aflossing-jaren t/m 2013 is veelal door de banken de voorwaarde opgenomen dat de bij de kredietverlening overeengekomen aflossingsduur niet mag worden overschreden. In de praktijk houdt dit in dat de uitstel-aflossingen moeten worden ingehaald in de periode dat, volgens ingewikkelde berekeningen*, er financiële ruimte zou zijn. Met een Engelse term wordt dit in de voorwaarden-brief aangeduid als “cash sweep”.

In de praktijk worden deze berekeningen gemaakt nadat de jaarcijfers gereed zijn. Op dit moment zijn er uiteraard al vele jaarrekeningen 2015 uitgebracht en kan het “gepuzzel” beginnen om de inhaalaflossingen te berekenen. Deze inhaalslag komt echter op een ongelukkig moment. Aspecten:

  • het eerste halfjaar 2016 steekt dramatisch af tegen de gemiddelde resultaten 2015
  • er is geld nodig voor al dan niet achterstallig onderhoud
  • de (zeer) hoge belastingaanslagen over 2015 moeten meestal in 2016 worden betaald
  • vervangingsinvesteringen kunnen zich zo maar aandienen
  • de reguliere aflossingen 2016 staan zodanig onder druk dat gedeeltelijk uitstel hiervoor alweer noodzakelijk is

Bovenstaande betekent opnieuw onderhandelen met de huisbankier teneinde die vermeende financiële ruimte tegen het licht te houden vanwege bovengenoemde geformuleerde aspecten. Per saldo zal de overeengekomen rekening-courant-limiet niet moeten worden overschreden!

Bovenstaande omstandigheden kunnen worden verlicht als de rente-vervaldata in zicht komen. Vrijwel iedereen zal dan een lagere rente gaan betalen hetgeen o.a. betekent dat de geschetste aflossing-problematiek dan kan worden aangepakt.
Om die “lagere rente” binnen te roeien is nogal wat nodig. Aangevoerde argumenten brengen de banken amper in beweging:

  • goede resultaten 2014/2015
  • verrichte aflossingen
  • privés in goede verhouding tot winst
  • waarde-ontwikkeling schip versus restant schuld
  • een wereldmarkt-rente die “nul plus een opslag” bedraagt
  • stroppenpotten die door de banken reeds voldoende zijn (aan)gevuld

Ondanks de in 2015 verbeterde situatie, kunnen ondernemers niet switchen van bank als ze dat zouden willen vanwege bovengenoemde onderhandelingsresultaten. Dat betekent o.a. dat de lagere-rente-resultaten nogal eens relatief tegenvallen.

De bewegingsvrijheid van de banken is nu eenmaal minder geworden, daar zullen wij mee moeten dealen. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van uitbreiding of overname van financieringen die op een goede manier kunnen worden onderbouwd.

Wim Onderdelinden