Modellenwerk

In de afgelopen crisisjaren hebben wij met elkaar veel gesproken over:

  • hoe de (binnenvaart)crisis is ontstaan
  • hoe die kan worden beteugeld
  • hoe erg die crisis nu eigenlijk toesloeg
  • welke categorieën schepen/schippers nu meer of minder slachtoffer zijn geworden
  • jawel, de schuldvraag. Alle partijen (banken, adviseurs, ondernemers, branche-organisaties e.d.) kwamen daarbij aan bod en werden niet gespaard. Natuurlijk zijn ook alle partijen in het geding, het gaat dus niet om één partij alleen

Vanaf het eerste volle crisisjaar (2009) is de bankpositie stevig aan het wijzigen. Dat is ook logisch omdat de hele internationale bankenwereld trilde op haar grondvesten. Banken zijn vanaf 2009 nog veel méér geconfronteerd dan voorheen met Brussel, Basel-akkoorden, AFM, ECB en noem maar op. Dat dit zijn weerslag had en heeft op reguliere financieringsmogelijkheden is evident.

Afdalend naar de micro-praktijk van alledag, de bankfinancieringen voor de gemiddelde binnenschipper, is er nog steeds een moeizame weg naar boven. Het (internationale) rente-gebouw beweegt zich al lange tijd in de goede richting. Lage(re) rente is goed voor de gefinancierde binnenschipper.
Toch, zoals hierboven gesteld, gaat het hier en daar meer dan moeizaam:

  • financieringen worden door de drie bekende banken veel minder verstrekt. Uitzonderingen zijn er gelukkig ook
  • de geboden dekking (schip) is voor de banken nogal lastig: wat is een schip waard? Wie het weet, mag het zeggen
  • verplichte taxaties van schepen, schept verwarring:
    “waarom en wie betaalt” kwam/komt veel langs. Het in kaart brengen van het “onder water staan” is veelal de achtergrond, gekoppeld aan (internationale) nieuwe banknormen
  • SWAP-rente: AFM en de Kamer hebben de handschoen opgepakt door een hertoetsing van bijna alle dossiers te gelasten. Of er bij de verstrekking van het krediet is voldaan aan de zorgplicht staat daarbij centraal. Claims worden met een zekere regelmaat gehonoreerd
  • Bij het verlengen van bestaande bankkredieten zijn de banken weer volop in beeld. Rente-vast-periodes lopen immers af. Ook het rekening-courant-krediet staat volop in de belangstelling.
    De ondernemer wordt in een “model” gestopt waarbij allerlei aspecten door de bankier worden ingevoerd. De hele performance van al dan niet geleverde prestaties en omstandigheden komt dan langs. Het “model” spuugt dan vervolgens het resultaat uit. Oude en nieuwe aspecten komen dan langs:
    - bereidstellingsprovisie
    - al dan niet stevig gebruik van de rekening-courant-faciliteit
    - risicotoeslag
    - marktrentetoeslag
    - wanneer is hoeveel uitstel van aflossing verleend
    - liquiditeitsopslag
    - kredietprovisie
    - ontwikkeling van het eigen vermogen
    - “onderwatertoeslag”

Het saldo van bovenstaande is een “tarieven-gebouw” dat veelal als onbegrijpelijk hoog wordt ervaren.

Ook de accountmanagers van de banken slaken met ons regelmatig een zucht en moeten dan constateren dat we afhankelijk zijn geworden van bovengenoemd “modellenwerk”.

Op de catwalk zal het nog een drukte van belang blijven met elkaar passerende modellen.

Wim Onderdelinden