Vermogensafbouw

Oudere ondernemers denken, als het goed is, tijdig na over vermogensvorming/ontwikkeling in de periode ná het beëindigen van de eigen onderneming.

Wereldvragen komen dan langs:

  • hoeveel brengt mijn onderneming op?
  • wat zijn de fiscale consequenties van verkoop?
  • wanneer kunnen (eventuele) polissen ingaan en wat brengen die gedurende welke periode op?
  • wat zijn mijn (nieuwe en periodieke) verplichtingen ná verkoop van de onderneming?
  • staan deze in verhouding met de nieuwe inkomensstroom (A.O.W., pensioenen/polissen, neven-inkomen e.d.)?
  • moet er iedere maand of periodiek worden ingeteerd? En kan dat? En is dat verantwoord?
  • welke zorgverplichtingen komen (later) op mij af? En wat kost dat? Kan ik die kosten drukken door lager inkomen/vermogen?
  • wat is mijn huis waard en wil of kan ik dat inzetten voor het (toekomstige) inkomensplaatje?

Het zou prettig zijn om hierover tijdig met een adviseur, bank of bekende van gedachten te wisselen waardoor een verantwoorde lijn kan worden uitgezet. Mijn ervaring is dat er heel grote verschillen zijn als het gaat over de wijze waarop oudere ex-ondernemers hun "laatste levensfase" ingaan. Dit heeft natuurlijk ook te maken met de eerdere bedrijfsvoering: hoe (niet) succesvol zijn die vele jaren verlopen?

Bij al die overwegingen komen meestal ook nog schenkingsvragen langs, zeker wanneer een verantwoorde vermogensafbouw in het plaatje past. Ouders kunnen aan hun kinderen belastingvrij schenken:

  • € 5.277 per jaar
  • € 25.322 extra (éénmalig) (voor kinderen van 18 t/m 39 jaar)
  • € 52.752 voor eigen woning/kostbare studie/opleiding (voor kinderen van 18 t/m 39 jaar)
  • € 27.430 extra (indien vóór 1 januari 2010 een schenking is gedaan, onder voorwaarden, éénmalig tot 1 januari 2027)
  • € 2.111 aan kleinkinderen (jaarlijks)

De bekende € 100.000 extra vrijstelling (voor huis, aflossing hypotheek) is weliswaar vervallen, er blijven nog genoeg mogelijkheden over, kijkend naar bovengenoemd overzicht.

Het is en blijft maatwerk om een al dan niet gewenste strakke inkomen- en vermogensstructuur te ontwikkelen waarbinnen (on)verwachte zaken kunnen worden opgevangen.
Let wel: het moet geen keurslijf worden. Aanpassingen moeten flexibel ingevlochten kunnen worden.

Wim Onderdelinden